To be or not to be me.

Lieve lezers,
ik heb een vraag.

Vooral aan mezelf, maar ook een beetje aan jullie. Niet echt een dilemma, meer een overdenking.
Het gaat zo, mijn kinders hebben sinds kort een wonderlijk schoentje met wielen: de Heely.
De Heely is een best leuk uitziende sneaker met een wieltje onderin. Skaten en lopen in één dus zeg maar.
Als je ze gewoon voor de leuk aan wilt haal je de wieltjes er gewoon uit en hou je een tredy sneaker over.

Nu zat ik dat zo eens aan te zien en bedacht vervolgens: eigenlijk wil ik ook wel Heelys.
Ten eerste heb ik toch sneakers nodig. Zo af en toe draag ik een broek en de schoenen die ik daar meestal onder aan heb zijn minstens nog gekocht in het gulden tijdperk en inmiddels wel wat aan vervanging toe.
Ten tweede zou zo'n wieltje me best wel eens wat energie kunnen schelen, rijden gaat vast beter dan lopen. Daar ik meestal loop als ik boodschappen doe lijkt me dat helemaal ideaal, want een supermarkt vloer is lekker glad en rolbaar.
En ten derde is het gewoon cool natuurlijk om af en toe gek mee te doen.

Maar.. Nu vraag ik me af: is dat wel zo'n goed idee?
Ben ik niet een beetje oud voor Heelys?

Normaal laat ik me eigenlijk nooit zo beinvloeden door wat anderen denken.
Niet dat ik ongevoelig ben voor wat een ander vindt. O, nee, onzeker als ik ben, kan ik me daar goed druk over maken. Maar meestal doe ik dan vervolgens toch gewoon wat ik zelf wil. Enige rebelsheid is zeker blijven hangen na mijn tienerjaren.
Toch voelt het nu anders.

Zie ik mezelf echt door het winkelcentrum rollen met Heelys?

Mijn gedachten gaan wat met me aan de haal merk ik.
Waar ik anders nooit het gevoel heb bekeken te worden, ondanks mijn toch wat anders-dan-anders outfit, heb ik nu al bij voorbaat het idee door elke groepje hangende tienermeiden hardop uitgelachen te worden.

Misschien is het onderdeel van mijn ouder worden.
Het laatste jaar heb ik meer dan ooit het gevoel ouder te worden. Ik heb wat grijze haren onder de verf, wat rimpeltjes, en een gezicht wat ik met de beste wil van de wereld niet meer echt voor in de twintig kan verslijten. En dat, terwijl er van binnen nog steeds een meisje van zestien woont, zoals Dolle Moeder dat zo mooi zegt. Nu ja, in mijn geval dan niet van zestien, maar misschien van 23. Ik voel me nog steeds niet volwassen, heb altijd het gevoel dat andere volwassenen zoveel meer volwassen zijn dan ik. In mij woont een kleine Tylani, een meisje dat op trampolines springt en wild en impulsief is. Kinderlijk onzeker kan zijn, en heel aanhankelijk, maar ook koppig en haar haren wapperend in de wind en haar kont tegen de krib gooit.

Ooit had ik een gezin, met dochter Lyka en haar Papa P. Maar ik was negentien, dus nog niet echt volwassen, O nee, dat niet. Volwassen was een soort synoniem voor burgerlijk en saai, en als ik iets niet was was het dat. Toen werd ik ouder en kreeg ik een gezin met Deneo en Maikson en mijn lieve Nanne. Ik had alles van die lat waar ik andere Volwassenen langs legde, een huis, een hypotheek, een gezin, een regelmatig leven. Maar dat gevoel me echt Volwassen te voelen, dat kwam niet.
Ik voel me jong.
Dus blijf ik vrolijk rondhupsen in lange jurken met twee staartjes.

Maar nu, de Heelys.
Kan ik het wel maken om met sneakers met wieljes aan door het winkelcentrum te rollen?
Ben ik daar niet -God, wat een rotwoord- te oud voor aan het worden?
Volgens mijn dochter wel.
Die herinnerde mij er laatst haarfijn aan dat het écht niet kan, die twee staartjes.
"Je bent zésendértig Mam!"

Voor het eerst sinds, nu ja, ooit, is mijn gevoel het mogelijk met haar eens.
En dringt mij de vraag op: moet ik dat inderdaad wel doen? Wordt het niet eens tijd om me te conformeren aan het heersende beeld van Volwassen Vrouw?
Moet ik niet eens stoppen met die twee staartjes, accepteren dat ik nu eenmaal ook ouder wordt, me volwassen gaan gedragen, eventueel zelf kleden en wie weet zelfs mijn lidmaatschap van lievelingsstudentenvereniging de Koornbeurs eens opzeggen?

Stel dat ik dat doe, waarom doe ik dat dan eigenlijk?
Doe ik dat omdat IK vind dat het niet kan, of omdat U dat vindt. (of liever, omdat ik DENK dat de U daarbuiten dat vindt)
En als ik dat dan vind, waarom vind ik dat dan eigenlijk?
In hoeverre is het me aangeleerd dat een 'oudere' vrouw geen twee staartjes mag hebben?
Dat ik grijs haar lelijk vind - tenzij bij mooie Zuid Amerikaans gebruinde vrouwen met kralen in het haar- en rimpels en hangborsten niet mooi zijn.
Of vind ik dat omdat ik stiekem helemaal niet oud wíl zijn? Omdat ik graag een buitenkant heb die beter past bij de binnenkant?
Ik weet het eigenlijk niet zo goed.

Eigenlijk weet ik maar twee dingen zeker.
- Heelys zijn leuke dingen.
- Ik heb nieuwe sneakers nodig.

Noot: Voordat u nu allemaal gaat roepen: "Blijf nou maar gewoon jezelf!", -want ik geloof dat ik lezers heb die dat vinden, dat ik zo kinderlijk en stuiterig en gek en raar en jong mag blijven als ik zelf wil, ongeacht wat de Grote Buitenwereld daarvan vinden zal- nodig ik u uit om met me te delen: wat zou u zelf doen?
Zou u Heelys kopen en erop door de stad rijden?

20:06:17 on 04-04-16 by Tylani - comments

Lange rokken en zwarte nagels.

"de wereld telt zoveel ramen
als er gedachten zijn
een blauwe bril, de roze hemel
onder paarse wolken
lakte ze haar nagels zwart
en lachtte naar de zon

liefde is vlinders
een lach, een knuffel
een zoen op mn wang
liefde, verlangen
waarom duurt de week zo lang?"

Ooit was ik heel erg verliefd.
Ik had een vriendje, zij had een vriendje. Ze was bovendien zeventien en, hoewel bereid tot enig 'aanklooien' niet verliefd op mij. Maar ik bleef verliefd. Ruim een jaar lang.

Sinds die tijd zie ik haar zelden, we lopen elkaar misschien één keer per jaar in de disco tegen het lijf. Maar ze blijft enige vlinders oproepen als ik haar zie.

Nu is mijn vriendinnetje getrouwd.
Zomaar.(*)
En ik was er niet eens bij.

Ergens heb ik zowel het gevoel dat ik ben afgewezen als het gevoel weer twintig en verliefd te zijn...


(*)Nu ja, 'zomaar'...., met de jongen met wie ze sinds tweeduizendvier al samen is. Maar toch.

23:47:57 on 06-05-14 by Tylani - comments

De Gekwetste Gekko.

Men neme een supermarkt om de hoek.
Niet de supermarkt waar de boodschappen het goedkoopst zijn, en daar waar ik dus het vaakst boodschappen doe, maar wel eentje waar men Droetels spaart. Kleine harige beestjes uit allerhande werelddelen. Normaal gesproken laat ik een beetje supermarkt actie graag links liggen, maar voor deze maakte ik dit keer een uitzondering. Er waren vriendjes om de Droetels mee te ruilen, een mooi plateau om ze op uit te stallen, en, niet in de minste plaats, mijn zoontje wilde ze graag. Aldus spaarden wij Droetels.

Na een week of wat hadden we een mooie verzameling van een stuk of twaalf beesten. Nog niet in de buurt van de benodigde vijfentwintig, maar toch redelijk op weg. Papa Nanne nam Maikson en Deneo mee boodschappen doen, voor meer Droetels, en, niet te vergeten, eten voor de aankomende week. Tot Deneo's grote verrassing bleek het de dag van de Mega Droetel. Een grote doos met daarin een gelig uitgeslagen gekko, die desgewenst in de buurt van een lamp gebracht kon worden om de kamer in het donker van licht te voorzien. Deneo was de koning te rijk. De gekko, inmiddels Glowy gedoopt, moest mee aan tafel, mee naar oma, en 's avonds mee naar vriendinnen L. en N. waar hij uit logeren mocht. Gekko Glowy sliep naast zijn kussen -veel eerder dan meneer zelf ging slapen- en werd de volgende dag onder de arm mee naar beneden gesleept. We kunnen wel zeggen dat het luminescerende reptiel al na een dag in zijn aanwezigheid was gegroeid tot het niveau van de gevestigde knuffels, en dientengevolge overal mee naar toe moest.

Tot het noodlot toesloeg.

In zijn haast om zich vol te zuigen met licht kwam Glowy iets te dicht bij een warme hallogeenlamp.
Diepe, gapende brandwonden waren het gevolg. Wij, als goedbedoelende, huilvermijdende ouders, probeerden nog om het diertje diep onderin de tas te verstoppen. Maar we hadden niet gerekend op de standvastigheid van een vierjarige. 'We moeten Glowy niet vergeten!' riep Deneo. Toen moest het reptiel uit de mouw, en vertelden we hem dat zijn lieve gekko helaas wat kwetsuren had opgelopen onder de warme lamp. Er vormden zich tranen in zijn mooie moeie ogen. 'Neeeee...mijn Glowy...' Niet getreurd, zeiden wij, morgen gaan we naar de supermarkt, en dan vragen we om een nieuwe. Die hebben ze vast nog wel.

Inmiddels is het morgen, en begon ik toch een beetje te twijfelen aan dat 'die hebben ze vast nog wel.' Ik had Deneo moeten beloven dat we een nieuwe zouden halen. 'Meteen na school hè mam. Dan ga ik mee hoor mam. Zeker weten niet vergeten hoor mam!' Maar ja, het was een tijdelijke actie, die Mega Droetels. En vanmiddag na school was nog wel erg ver weg. Ik kon beter zelf even langs de winkel rijden, dan was de kans het grootst dat ze er nog waren. Een heftige regenbui later kwam ik ietwat druipend aan bij de servicebalie van de dorpssuper. Ik hield mijn gehavende gekko omhoog en vroeg of ze misschien, heel misschien, nog een nieuwe voor me hadden. De mevrouw schudde van nee.

Ow. Ok.

Mijn kleine manneke, zijn arme gekko! Ik zag voor mijn geestesoog zijn verdrietige gezichtje als ik hem zou vertellen dat zijn gekko niet meer tot omruilen bewogen kon worden. Weer in de auto kwamen er tranen. Ik was moe en verdrietig en down en nou was er ook al geen nieuwe Gloohoowyy voor mijn kleine mannentje.
Heftig schudde ik na een tijdje mijn hoofd en de tranen uit mijn ogen. Wat zat ik hier nou te piepen om een notabene gratis verstrekt plastic retiel! De strijd is nog niet geleden, o nee, een eindje verderop is er nog een super. Wie weet hebben ze daar nog gekko's.
Ik racete erheen, en mijn hart sprong op doen de dame van de balie na een aanvankelijk 'nee' toch nog ging bellen met haar collega's. Maar helaas, geen lichtgevende beestjes meer. Teneergeslagen tufte ik naar huis.

In de auto kreeg ik alweer energie. Weet je wat ik zou kunnen doen? Ik zou kunnen rondbellen naar alle supers van dat soort in de regio, wie weet hadden ze er ergens nog een. Ik zou een foto op kunnen hangen bij de dorpssuper, van arme verbrande Glowy, en dan vragen wie er een gekko had en hem niet meer wilde. Ik zou het op facebook posten en vragen of iemand er nog eentje had. Of ik zou het op twitter kunnen zetten - ontroostbare jongen van vier zoekt gekko voor licht in de duisternis- , en dan de supermarktketen taggen, en wie weet had dan de een of andere magazijn medewerker er nog ergens eentje in een la liggen. Ik zag mezelf al eventjes bij de wereld draait door of Paul de Leeuw met mijn 'quest voor een gekko'
... erm... goed. Eerst maar eens bellen. Volgens mij zat er aan de andere kant van de stad nog een super met Droetels.

'Goeiemorgen! Je spreekt met Suzanne van de supermarkt! Waarmee kan ik u helpen?'

Zonder hoop in mijn hart legde ik uit dat ik de moeder was van een zielig jongetje van vier wat heel graag een nieuwe gekko wilde hebben. Terwijl ik sprak googlede ik alvast op de overige winkels van de keten, zodat ik zou weten waar ik zometeen heen zou bellen. Hoe ver weg zou ik zoeken eigenlijk? In ieder geval in Den Haag en Rotterdam. Zouden Gouda en Leiden ook nog in de regio zijn? Een beetje autorit had ik natuurlijk wel over voor mijn zoon, toch? Dat zou Nanne ook vast wel begrijpen.

'Natuurlijk kan dat! Wij hebben nog meer dan genoeg gekko's hoor, je mag hem zo komen halen!'

Erm.. Wat? Ja? Echt?!

Stuiterend kwam ik ietwat later de supermarkt uit en huppelde naar de auto.
Deneo had weer een Glowy! Liefdevol zette ik het doosje met het luminiscerende beestje op de bijrijdersstoel neer. De zon brak door de regenwolken en bescheen de weg die ik volmaakt gelukkig naar huis reed.

Het is maar goed dat Deneo een moeder heeft die rationeel en flexibel omgaat met grote problemen.

10:53:20 on 16-09-13 by Tylani - comments

Paarse narcissen.

Zo heel af en toe heb ik een kutziekte.

Begrijp me niet verkeerd, meestal ben ik helemaal niet bezig met mijn ziek-zijn. Zolang mijn scootmobiel nog stroom heeft tuf ik vrolijk de hele stad door. Feitelijk kan ik een hele hoop, als ik er maar voor zorg dat niet te lang te doen, en in de buurt van stoelen of ander tot zitplek om te dopen materiaal. Maar soms, heel soms, als alles tegenzit, dan heb ik gewoon een kutziekte.

Neem nou vandaag.
Het is vrijdag, en mijn middelste stuiterbal heeft zwemles. Om kwart voor drie vis ik dus de jongste uit bed en waggel twee trappen af naar de kapstok. Daar heb ik me voorbereid en staan fietskar, buggy, buggystandaard -mijn scootmobiel is van alle gemakken voorzien- en tas met zwemkleren en ander spul al klaar. Ik instrueer Tijger in zijn jas en schoenen terwijl ik de jongste in een houtgreep hem omdat hij zijn schoenen niet aan wil. Bijna twee en goed aan het puberen.
Als hij min of meer een jas aanheeft verplaats ik hem naar de fietskar, waarbij ik hem bijna laat vallen omdat hij zich los wurmt. Tegen de tijd dat hij zit zie ik sterretjes.

Zoon nummer twee is inmiddels de katten aan het aaien en Nanne zijn D&D dobbelstenen aan het bestuderen. Ik attendeer hem erop dat we naar zwemles moeten en dat dat beter gaat als hij zijn schoenen aan trekt. Terwijl hij iets moeilijks doet met een sok pak ik mijn skibroek, sjaal, oorwarmers, muts en handschoenen en hang die over de fietskar. Ik heb het gauw koud, maar als ik ze nu al aantrek ga ik subiet van mn stokje. Om de een of andere reden is te warm ook nooit goed. Als ik me omdraai heeft Moreno nog steeds maar één sok aan. Tegen de tijd dat ik in de parkeergarage aankom om me dubbel te vouwen om de fietskar aan de scootmobiel te koppelen doen mn armen en rug goed zeer. En kom ik er bovendien achter dat ik, heel handig, eerst de buggy aan de scooter had geklust, wat inhoudt dat ik nu niet bij de kogel van de fietskar kan. Eigenwijs als ik ben ga ik dat eerst toch proberen, om er dan pas achter te komen dat dat niet gaat, de buggy er weer afmoet, fietskar eraan, buggy er weer op.

Ik plof neer op de zitting en wacht tot het waas van sterretjes optrekt.
Waar was ik ook al weer naar onderweg?
Oja, zwembad.
Met behulp van een wig hou ik de deur van de garage open -gespiesde fietskar door garagedeur met megadranger is leuk voor een andere dag- en begin aan de rit naar het zwembad.
Aldaar doe ik het allemaal nog eens maar dan in omgekeerde volgorde.
Kar afkoppelen, op slot, kleinste kind op schoot. Betalen voor het zwemmen terwijl hij probeert het pinapparaat te ontwortelen. Tijger terugroepen uit de kantine, scootmobiel parkeren, buggy eraf, Lysander in de buggy. Een kleedkamer met plek zoeken, Tijger nog maar eens terugroepen uit een heel andere kleedkamer -adhd was niet erfelijk, toch?- en hem zelf maar uitkleden.

Het zwembad heeft een mooie routine.
Je haalt bij de ingang je pasje door een apparaat en dan krijg je een geplastificeerd kaartje me een kleur. Met die kaartjes ga je naar de kleedkamer, tover je je kind om naar zwemkledij en wachten de kinders collectief in de douches tot de deur open gaat. Alwaar een zwemjuf de kaartjes daar inneemt. Er zijn vier kleedkamers en een hoop ouders. De meeste daarvan hebben geen zin om ofwel hun schoenen uit te doen, danwel van de mooie hoesjes eroverheen te draperen. Ergo: die staan in de deuropening van kleedkamer naar douches hun kroost te bestuderen.

Precies daar waar ik met mijn kinderwagen doorheen wil.
Ik wurm mij, inmiddels ontdaan van skibroek, muts, sjaals, jas en trui, door de ouders heen en zak tegen de muur van de kleedkamer op het droogste stukje grond wat ik tegenkom. Douches hebben meestal geen zitplaatsen. Als de deur opengaat wurm ik mij zo snel mogelijk terug de kleedkamer in om de meute voor te zijn. Na weer even op de bank gewacht te hebben tot de mooie paarse sterren zich weer in het luchtruim vervoegd hebben zoek ik mn scootmobiel maar weer eens op. Een vriendelijke papa duwt de buggy naar de ingang waar hij Lysander voor t raam naar het peuterbadje parkeert.

Drie kwartier wachten volgen. Nemo gedraagd zich voorbeeldig, ik heb een arsenaal aan fruit, snoep en speelgoed meegenomen om hem rustig te houden en hij klimt niet één keer uit de buggy. Alhoewel dat niet is omdat hij het niet probeert.
Ik zit naast hem, en voel me ziek.
Ziek, en schrééuwend jaloers.
Op die andere ouders, daar in de kantine.
Die andere ouders, met hun peuters, die vrolijk spelen aan tafel.
Die andere ouders, die achter de peuters aan kunnen lopen als ze weglopen.
Die andere ouders, die niet hoeven wachten tot ze geen sterretjes meer zien.
Die andere ouders, die niet chagerijnig reageren omdat hun kind een autotjes weggooit, omdat ze geen energie hebben om het op te pakken.
Die andere ouders, die in geval ook nog eens minder ondernemende kinders hebben, die dan gewoon blijven zitten aan tafel -iets wat je met Lysander niet hoeft te proberen, tenzij je graag wilt testen wat elektrische deuren met kindervingertjes doen, of hoe goed de vering van een auto is als hij over vijftien kilo peuter is heen gereden-.
Die ándere ouders.
Zónder ME...

Het peuterbad loopt leeg.
Het is kwart over vier, de les is voorbij.
Ik herpak mezelf en ga een kind afdrogen.
En aankleden, inpakken, aankoppelen en vastmaken.

Onderweg in het park bloeien de narcissen.
Die staan best leuk bij paarse sterren.

17:54:00 on 05-04-13 by Tylani - 1 comment

Rëunie.

Internet is een openbaring.
Zo vond ik mijn vroegere vriendinnetje online terug.
Zij woonde vroeger achter mij. Of liever, onze tuin grensde aan een gangetje, waaraan dan wat verder naar links hun huis weer grensde. Ze komt uit een gezin met vijf kinderen, waarvan ik me vooral haar jongere broertje herinner, en de zus waarmee ze op de kamer sliep.
Er was nog een oudere broer, die me eigenlijk nooit wat zei, maar die ik laatst ineens tegen het lijf liep omdat zijn zoon met Deneo op de peutergym zat.
De jongere broer was ik jaren geleden in therapie al eens tegen het lijf gelopen.
Maar Elf, zoals ik mijn vriendinnetje bij deze even doop, heb ik sinds jaren niet meer gezien.

Wij waren nogal jongensachtig, Elf en ik. We klommen in bomen en op garages. Vielen uit die bomen in de sloot, in onze zondagse jurk nog wel. Ze waren heel gelovig, bij Elf thuis. Bij het eten werd er uit de bijbel gelezen en door de kinderen om het snelst 'Herezegendezespijzenamen' gebrabbeld voordat er opgeschept kon worden. Die zondagse jurk bij Elf stond dan ook helemaal niet. Wij struinden door het park, klommen in oude schuren en verstopten ons op zolders. Ik keek bij haar thuis de moddermonsters, wat ik doodeng vond, en bij de spannende stukken mijn vingers zowel voor mijn ogen als in mijn oren stopte. We dansten in de regen totdat haar moeder ons naar binnen haalde.

En toen was daar de puberteit.
En hielden we op vriendinnen te zijn.
Of dat nu kwam omdat ik weer uit huis ging -mijn ouders, die voorheen al niet zo goed wisten wat ze met kinderen moesten, wisten het nu helemaal niet meer- , of omdat we andere interesses kregen, ik weet het eigenlijk niet. Om eerlijk te zijn heb ik door de jaren heen ook eigenlijk bijzonder weinig meer aan Elf gedacht.
Tot ik haar broer tegen het lijf liep en haar naam eens losliet op facebook.

Ik zou ik natuurlijk niet zijn als ik niet impulsief opperde dat we eens af zouden spreken om bij te kletsen.
Een kopje thee en wat kroos uit de sloot halen, met natte jurken en al.
Zien wat er van elkander geworden is enzo.

Zij is getrouwd, twee kindertjes en is hulpverlener in de grote stad.
Ik ben getrouwd, heb drie kindertjes, doe wat hulpverlenend vrijwilligerswerk in de grote stad.

Zou het de goden verzoeken zijn om meer te willen weten dan dat? Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen om contact te zoeken met de enige persoon die zowel mij als mijn ouders nog kent van vroeger, naast mijn broertje Timo... Ga ik vertellen over vroeger? Wat wel en wat niet? Zou ze weten hoe het vroeger thuis was? Wil ik dat eigenlijk wel weten?

En wat als ik haar helemaal niet aardig vind...?

(Laat ik haar in ieder geval vragen of zíj weet waarom het fietspad "pinguinlaantje" werd genoemd...)


22:03:30 on 25-10-12 by Tylani - comments

Kan iedereen overkomen.

Middenin de nacht wakker worden van pijn in mijn oog.
Me bedenken: "Heb ik mijn lens eigenlijk wel uit gedaan gisteren?"
Focussen op de plafondventilator, die verassend scherp is.
Naar de spiegel strompelen en vloeistof in mijn oog druppelen (*).
Lens eruit wrikken.
Nog maar een keertje wrikken.
Voor de zekerheid wat extra vloeistof druppelen en nog maar eens checken of ik de wekker aan de andere kant van de kamer kan zien. Ja, scherp, er zit echt een lens in.
Naar de badkamer, alwaar ik na tien minuten proberen een beetje in paniek begin te raken. In de spiegel zie ik toch echt de rand van mijn lens, maar hij schuift geen millimeter op. Uiteindelijk ga ik van ellende maar weer naar bed en bedenk me dat het wie weet morgen beter gaat.

De ochtend komt en ik stap uit bed direct naar de spiegel. Ik zie nog steeds een lens. Nanne komt binnen.
"Dus het was geen droom?" zegt hij. En: "Je weet zeker dat je wel een lens in hebt?"
Ja, hallo, ik ben niet stom ofzo, ik zie hem toch?! En ik kan de wekker zien, kijk maar...

Hmm. Wat een wazige wekker ineens.
Terug naar de spiegel, Nanne echter me aan.
Die streep lijkt ineens... anders. Het lijken er wel twee. Het lijken wel.. Deurposten.. Een beetje zoals de deurposten van onze badkamer, maar dan heel klein en rondig, alsof ze weerspiegeld zijn in een bol oppervlak.

...

Gelukkig heb ik bakken met humor op de vroege ochtend.


(*) Want een beetje lens heeft na een aantal uur slaap heerlijk knuffelend contact gemaakt met de oogbol en wens daar niet zomaar uit te worden verwijderd zonder wat extra, in dit geval vloeibare, overtuigingskracht.

09:58:19 on 15-09-12 by Tylani - comments

Logica.

Slaaptekort na een concert op maandagavond: laat naar bed, omdat vroeg naar bed inhoudt dat je dan toch maar in je bed ligt te draaien en de slaap niet komt.

22:29:30 on 20-06-12 by Tylani - comments

ADHD bij volwassenen.

Een duur pak cornflakes kopen omdat daar een coole plastic lepel bij zit. 'Voor de kinderen', al weten die kinderen eigenlijk nog niet van het bestaan van deze lepels af. Het pak dan openmaken omdat je wilt zien hoe hij eruit ziet. En er vervolgens achter komen dat de inhoud van het pak niet in zijn geheel in de tupperware bak voor cornflakes past. Nádat je de plastic verpakking hebt weggegooid natuurlijk...

13:19:38 on 02-03-12 by Tylani - comments

Vindbaar.

Fantaseren over een potentieël ooit op te richten DTP*) bedrijfje. Je eigen naam googlen. Redelijk tevreden zijn over de hoeveelheid dat die in google voorkomt. Je nickname googlen, die je bedacht had zodat je eigen naam uit de google statistieken zou blijven.

...

Totaal overdonderd kijk ik naar de diverse pagina's waarop zowel mijn nickname als mijn eigen naam voorkomen.
Een aantal jaar geleden bedacht ik dat nicknames op sites als hyves en facebook niet meer zo nodig waren. Iedereen wist mijn echte naam toch al. En bang voor een baas die mijn profiel leest hoefde ik, als afgekeurde Wajonger, eigenlijk ook al niet te wezen. Dus waar deed ik het eigenlijk nog voor, al dat afgeschermde en geheime? Toen mijn werk mij vroeg om onder mijn eigen naam op hun site een foto'tje met beschrijving te plaatsen dacht ik dan ook: Ach, waarom ook niet.
Waarom het toen niet tot mij doordrong dat het scheiden van nick en naam tot gevolg heeft dat niet alleen meer mensen mijn naam kunnen zien, maar dat ook meer mensen de nick en de naam kunnen koppelen, is me een raadsel.

Als vervolgstap twijfel ik over het aanvragen van een officiele naamswijziging bij de koningin.**)

*) Desk Top Publishing. Zeg maar postertjes, folders en kaartjes klussen.
**)Ik zou natuurlijk ook, in theorie, mijn potentiele DTP bedrijfje een heel andere naam kunnen geven. En bijvoorbeeld enige link tussen nick en de aan mijn echte naam gelinkte website kunnen verwijderen door wat dingen te hernoemen. Maar dat is allemaal wel erg ingewikkeld :-)

12:40:37 on 20-02-12 by Tylani - comments

Prioriteit.

Ter ere van het honderdjarig bestaan van je vereniging samen met Nanne feestvieren.
Laat, maar niet té laat, naar bed gaan omdat je morgen een overleg hebt voor je werk waar je écht naar toe moet.
Met dichte oogjes uit bed komen om acht uur en wazig voor je uitstarend aan de yoghurt zitten.
Vaaglijk registreren dat de telefoon gaat. Wat je baas blijkt te zijn, om te zeggen dat de afspraak niet doorgaat.

Waarna je volledig wakker bent, en het niet eens vervelend vindt dat je had kunnen uitslapen als je het mailtje vannacht gelezen had, maar je eerder irriteert omdat je nu voor niets oorbellen in hebt op een ochtend zonder afspraken...

Ik overweeg vervroegd boodschappen te gaan doen, zodat ik dan tenminste mijn mooie jurk en oorbellen 'gebruikt' heb.

09:32:37 on 17-01-12 by Tylani - comments